*KLIK*
Openen in nieuw venster en klein maken
Aan een muur van de winkel van de sprinkhaan hing een bord,
waarop stond: ‘Einde’.
Dat bord hing daar al zo lang als de winkel bestond.
Maar niemand had het ooit willen kopen of er enige belangstelling voor getoond
Het bord stoorde de sprinkhaan.
Ik begrijp wel dat niemand het wil kopen,
dacht hij.
Ik heb toch ook geen bord met ‘Begin’ of ‘Midden’ te koop?
Hij vond het een overbodig bord.
Op een avond haalde hij het van de muur,
nam het mee het bos in en gooide het tussen de varens en brandnetels achter de eik.
De volgende dag zagen de mier en de eekhoorn,
die daar langs liepen, het liggen.
Ze hielden hun pas in en lazen wat erop stond.
‘Zou hier het einde zijn?’ vroeg de eekhoorn.
‘Maar waarvan dan?’
‘Van alles,’ zei de mier.
Ze keken naar wat er zich achter het bord bevond.
Er bloeide daar een boterbloem.
Dat is de laatste boterbloem,’ zei de mier.
Achter de boterbloem stond nog een verlepte distel
en daarachter een klaproos die aan het verwelken was en bijna omviel.
‘Allemaal de laatste,’
zei de mier.
Hij kuchte even en zei toen zachtjes,
min of meer binnensmonds: ‘Net als wij.’
De eekhoorn rilde en zei dat hij het koud had.
Hij wilde doorlopen.
De mier vond dat goed.
De zon kwam tussen de wolken door en ze gingen naar de rivier,
zagen al van verre de golven glinsteren.
‘In feite was het maar een bord,’
zei de mier,
terwijl hij in het gras onder de wilg ging zitten.
‘Ja,’ zei de eekhoorn.
‘Het echte einde was daar niet.’
‘Nee.’
‘Dat is nergens,’ zei de mier.
De eekhoorn zweeg en keek naar de rivier.
Toon Tellegen